JezusLiefde.nl

'Ik geef jullie een nieuw gebod dat jullie elkaar liefhebben'

Maand: mei 2015

De weg

Ik ben alweer een tijd bekeerd, dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Ik was een zoeker, wist het natuurlijk beter en wilde me niet zondermeer overgeven aan God.

Mijn eerste echte gemeente werd gerund door een Amerikaans stel wat een kerk moest planten in Amsterdam, heel aardige mensen met een open huis en een open hart. Hiervoor had ik een intense en onverwachte ervaring gehad in een gemeente in Zuid-Afrika en in het verlengde daarvan kwam ik deze mensen spontaan tegen op straat en zij nodigden mij uit … De kerk was klein (ongeveer 50 leden) en kwam samen in een grachtenpand.
Ik, als samenwonende, stond niet helemaal ‘recht voor God’ en men opperde dat ik misschien even op mezelf moest gaan om te bedenken of ik met mijn toenmalige vriend wilde trouwen. Dat beter dan ongehuwd samenwonen. Dat wilde ik niet en dat deed ik ook niet. Ik was er niet aan toe. En ik voelde me allesbehalve ‘zondig’ (zondig/zonde kan je in de meest brede zin uitleggen als gericht zijn op jezelf en niet op God).
Ik hield toch van mijn vriend? Mijn relatie was echter niet 100% stabiel, ik wist ook daarin niet wat ik echt wilde …

De kerk werd na een aantal jaar overgedragen aan twee Nederlandse leden en de oprichters gingen terug naar Amerika. Ik was nog steeds zoekende en wist niet of ik wel of niet mijn hart aan God wilde geven.Het is nogal wat als je doet wat je zelf wilt en je eigen ideeën erop nahoudt, om je over te geven aan God of Jezus. Waren er garanties? Wat zou mijn leven eigenlijk beter maken? Diep van binnen voelde ik wel dat God er moest zijn en dat zijn aanwezigheid of vermeende bestaan, aan mij trok. Alleen ik kon de keuze niet maken, ik dacht echt dat er dan een einde aan ‘mij’ zou komen, terwijl er uiteindelijk alleen maar een betere versie van ‘mij’ kon ontstaan …

Een aantal jaar later kwam ik weer terecht in een andere gemeente, ik had het gevoel dat ik op een kruispunt stond. Nu kon ik niet meer met excuses komen van ‘ja, maar’. Ik wist inmiddels genoeg over de Bijbel en genoeg over Jezus. Ik ervoer dat het ‘nu of nooit’ was, net of een deur openstond en ik nu naar binnen kon gaan. Morgen kon de deur weleens dicht zijn en zou ik misschien opnieuw opgaan in mijn eigen wijsheid en keuzes.

Ik zei ‘ja’ tegen Jezus en ik voelde me opgelucht en een beetje angstig tegelijk. Wat zou er nu gebeuren? Ik had erkend dat ik hem nodig had en dat ik een zondaar was die zonder God had rondgedwaald in een wereld die steeds meer van Hem is los gezongen, een wereld die opgaat in zichzelf …

Mijn leven veranderde; mijn relatie stopte, ik ging op mezelf, de liefde die ik al lang koesterde voor mijn huidige man, kwam tot bloei, er volgden drama’s in de familie doordat de een na de andere dierbare overleed. Het was alsof ik in een soort zandstorm beland was en alles over me heen kreeg en me alleen maar vast kon houden aan een boom midden in de woestijn: God. Uren heb ik gebeden omdat dit mijn enige houvast was, uiteindelijk kan alleen God je boven een situatie uittillen, dat doet hij op zijn tijd en manier. Je moet de bereidheid hebben om daarop te vertrouwen en je mag ervaren dat er in het oog van de cycloon, rust is.

Daarnaast waren er teleurstellingen in de gemeente; politiek gekonkel, mensen die elkaar de maat namen of andere godsdiensten afwezen, waar was ik in beland? Natuurlijk waren er ook positieve zaken: het onderwijs, mijn onvergetelijke doop …
Ik werkte in een christelijke organisatie waar niet alle mensen zo christelijk bleken te zijn. Er was hoogmoed en hokjesgeest, eigenlijk net de wereld maar dan in een soort vacuum. Natuurlijk geldt voor zowel de gemeente als deze organisatie dat er ook altijd oprechte en welwillende mensen zijn, alleen doen die op het moment surpreme niet altijd hun mond open …

Op een gegeven moment heb ik het ideaal van de ‘super gemeente’ opgegeven en me gerealiseerd dat christenen ook maar mensen zijn en dat ik me daar niet mee bezig moest houden maar met Hem, de liefde, rust en vrede die hij geeft, wilde ik niet van me weg laten roven door onwetende lui. Hierbij wil ik natuurlijk aantekenen dat ik ook lieve en fijne christenen op mijn pad heb (gehad), van wie ik veel heb mogen leren. Ik wil dan ook de namen noemen van Stanley Hofwijks (Maranatha), Jan Pool (Shelter), Andy Stanley (Northpoint, USA), Corrie ten Boom en niet te vergeten mijn man, die een basis hebben gelegd voor mijn geestelijke vorming. En God mag weten wie ik teleurgesteld heb, ook vast wel wat mensen … Ik vind de kerk nog steeds belangrijk, zeker als je pas bekeerd bent, maar ik relativeer meer en zie in dat het om mijn relatie gaat met God, 24/7. De kerk is een belangrijke schakel in een ketting en de hele ketting zelf is mijn leven en hoe God mij dagelijks uitnodigt, dit in zijn handen te leggen.

Waar wil ik met mijn stukje naartoe, inmiddels gepokt en gemazeld en wetende dat het leven als gelovige pieken en dalen kent maar toch de moeite waard is? Omdat we ‘wel in en niet van de wereld zijn’ mogen gelovigen zich blij rekenen. Beproevingen horen erbij, kijk naar de Heer zelf, zijn leven was een en al beproeving en de apostelen moesten dezelfde beker drinken, het was geen zoet sprookjesverhaal waarin ze belandden op Johannes na, zijn ze allemaal een vervolgingsdood gestorven, gemarteld of gekruisigd, gestenigd … maar met de hoop op God en zijn Hemel.

Het doet me dan ook pijn en ik vind het verontrustend als ik zie dat sommige hedendaagse kerken zich aanpassen aan de tijdgeest. Het is hier en daar een soft zooitje aan het worden. Er wordt nauwelijks gesproken over zonden, bekering, nieuw leven, hemel of hel. Het is een verwaterd evangelie geworden waarbij iedereen zich ‘thuis’ moet voelen en vooral niet aangesproken mag worden op zijn of haar levenshouding, nog erger, sommige kerken willen zich daarin ook best aanpassen … Jezus wordt vooral neergezet als de allesvergevende – wat hij ook is, voor wie zich oprecht bekeren – want waarom zou hij anders zo vaak gewaarschuwd hebben voor de hel? …

Onderzoek heeft overigens uitgewezen dat kerken die zich te veel aanpassen aan de ‘wereld’, uiteindelijk sluiten. Want de bestaansgrond is weg. Die is niet meer volledig gebaseerd op het Evangelie.

Als ik terugkijk, dan ben ik dankbaar voor die Amerikanen. Die eerste kleine gemeente van Tom en Mary met hun kleine kids Hannah en Samuel. Het waren lieve en toegewijde christenen die er niet voor schuwden om te praten over hemel en hel. Niet omdat ze mensen bang wilden maken of uit wilden sluiten, maar gewoon omdat dit in het evangelie staat en zij wisten dat bekering en genade niet goedkoop zijn maar een levenslange weg, die niet altijd over rozen gaat. En wie de roos liefheeft, moet ook genoegen nemen met dorens.

Voor meer info over mijn bekering zie ook ‘Mijn verhaal’of luister het interview met de EO en lees eventueel mijn bericht over “Hemel en hel of …’ ook op dit blog.

Opportunisten

Wereldwijd wordt het evangelie verkondigd en iedereen kan
daar zijn eigen draai aan geven …

In Amerika maar ook in Nederland heb je zogenaamde prosperity/bless me (welvaart)
gemeenten, bekende Amerikaanse welvaartvoorgangers zijn Joel Osteen, Kenneth
Copeland en Joyce Meyers. Mensen die zich er niet voor schamen dat ze stinkend
rijk zijn geworden door het evangelie en denken dat dit hun voorrecht is. In
deze vaak grote gemeenten wordt een -flinterdun- evangelie verkondigd wat
gericht is op geld, instant geluk en succes. De voorgangers baseren zich dan
mogelijk op het Oude Testament (Tenach) waarin rijkdom vaak als zegen van God
werd gezien (overigens na hard werken).

In het Nieuwe Testament zie je dat Jezus zeer begaan is
met de marginalen in de maatschappij, zij die weinig of niets hebben. Hij
waarschuwt ervoor om niet de mammon (geld,
rijkdom) lief te hebben maar God en je naaste. Want je kunt geen twee heren dienen
… de een zal je liefhebben en de ander ga je op een gegeven moment haten.
Jezus zegt zelfs dat het voor een rijke moeilijker is het koninkrijk van God
binnen te gaan dan een kameel door het oog van een naald…

Wil dit zeggen dat Jezus niet van het leven genoot? In de
Bijbel lezen we dat hij naar een bruiloft gaat en water verandert in wijn, hij
droeg een naadloos geweven kleed en hij kreeg dure olie over zijn voeten
gegoten van een vrouw die hem dankbaar was … Maar hij hield zich niet bezig
met rijkdom en geld, hij was bezig met het werk van de Vader en hij werd
gesteund door mensen om hem heen om dit werk te doen. Jezus geeft geen enkele
blijk van geïdentificeerd zijn met geld of bezit. En Hij roept ons op om dat
ook niet te doen. Want God zorgt voor ons en weet wat we nodig hebben. (Matteus 6:19-33).

Valse profeten

15 Pas op voor de valse profeten,
die naar jullie toe komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige wolven
zijn. 16Aan hun vruchten zul je ze kennen. Men plukt toch geen druiven van
doornstruiken en geen vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede
vruchten voort, maar de zieke boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede
boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een zieke boom geen goede. 19
Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur
gegooid. 20 Aan hun vruchten zul je ze dus kennen. 21 Niet ieder die Heer!
Heer! tegen Mij zegt, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar alleen
hij die de wil doet van mijn Vader in de hemel. 22 Velen zullen Mij op die dag
zeggen: “Heer! Heer! Hebben we niet in uw naam geprofeteerd, hebben we niet in
uw naam demonen uitgedreven, en hebben we niet in uw naam veel machtige daden
gedaan?” 23 Maar dan zal Ik hun openlijk zeggen: “Nooit heb Ik u
gekend.Verdwijn uit mijn ogen, overtreders van Gods wet!” (Matteus 7:15-23)


Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén