Het kruis roept verschillende associaties op, afhankelijk van hoe je bent opgevoed of in het leven staat. Voor de een zal het kruis met een beeltenis van de Jezus associaties oproepen met pijn, lijden of de rooms-katholieke kerk. Een leeg kruis symboliseert voor de ander juist weer de opstanding van Jezus en de overwinning op de dood. En sommige mensen zullen denken aan Madonna, die ook wel een kruis of tien om haar nek draagt in bepaalde videoclips …

Het kruis was in de Oudheid een symbool van bestraffing. Een straf die de Romeinen toepasten als iemand een misdaad had begaan. Misdadigers, vooral opstandelingen die zich verzetten tegen de Romeinen, werden aan het kruis genageld en stierven een langzame en pijnlijke dood. Omstanders en voorbijgangers bleven de lijken zien omdat die niet van de kruizen werden afgehaald, dit als middel tot afschrikking.

Welke misdaad had Jezus begaan om zo roemloos aan een stuk hout te eindigen? Hij was een man die heel wat gemoederen bezighield. Hij was een jood en waarschijnlijk leefde hij zoals veel joden deden, volgens de joodse wet. Hij was een godsdienstig mens, volgens velen de Zoon van God.

Wat maakte Jezus dan zo bijzonder en waarom riep hij tegelijk zoveel controverse over zich af?

Jezus wist al jong dat hij geroepen was tot een bepaalde taak. Hij was de gezalfde van God (messias) die voor zijn volk een boodschap had over nieuw leven. In die tijd waren mensen waarschijnlijk veel godsdienstiger dan wij ons nu kunnen voorstellen. Mensen vierden hun religieuze feesten, brachten offers, gingen naar de synagoge en de Tempel.

Toch was Jezus er niet voor niets op die plaats en in die tijd. Hij kwam leven brengen in een godsdienstige traditie die misschien wel alles deed naar de letter van de wet maar de hartslag van God was kwijtgeraakt.

De boodschap van Jezus is kort gezegd: “Bekeer u want het koninkrijk van God is nabij.” Wat bedoelde hij daarmee? Bekeren is omkeren, je afkeren van een leven wat nergens toe leidt. Het koninkrijk van God is de dimensie die we ingaan als we besluiten te gaan luisteren naar wat God te zeggen heeft en dit ook in de praktijk brengen. Jezus lijkt de liefde van God in zijn boodschap te vlechten maar is daarbij ook heel direct. Liefde en rechtvaardigheid zijn bij hem onscheidbaar.

Hij roept zijn volgelingen op om te bidden voor de vijand, te vergeven (waarmee niet bedoeld wordt dat je alles maar goed moet vinden wat de ander je aandoet) uit te lenen en dit niet terug te vragen, geen schatten op aarde maar schatten in de hemel te verzamelen … Hij was daarbij ook een uitgesproken pacifist en verwierp uiterlijke rijkdom. Armen en marginalen stonden bij Jezus hoog in het vaandel, hij roept ook op om te zorgen voor deze mensen. Daarbij deed hij wonderen, hij genas mensen en vergaf mensen hun zonden (fouten) dit laatste stuitte vooral de nodige religieuze en leiders van het volk tegen de borst. Want zonden vergeven, dat kan alleen God. Jezus zegt op een gegeven moment dat: “Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.” Met andere woorden, Jezus stelt zich op een lijn met God. Dat was voor zijn tegenstanders de druppel …

Vanaf dat moment zijn de tegenstanders van Jezus maar op een ding uit: zijn dood.
De geestelijke leiders kopen een gefrustreerde apostel van Jezus, Judas, om met dertig zilverstukken. Jezus wordt door hem verraden met een kus en wordt terechtgesteld door de Romeinen want hier wilden de religieuze leiders hun handen niet vies aan maken, ze gebruikten het naderende Pesach (Pasen) als excuus om Jezus niet zelf terecht te hoeven stellen.

Er volgt een oneerlijk proces waarbij eigenlijk duidelijk wordt dat Jezus onschuldig is. Als laatste redmiddel voor Jezus wordt ingezet dat het ‘volk’ opgehitst door haar leiders, mag kiezen dat Jezus vrij wordt gelaten of een politiek rebel, Barabbas. Eens in de zoveel tijd werd amnestie verleend aan een misdadiger en dit zou een moment kunnen zijn geweest dat het volk zich achter Jezus zou scharen …

Barabbas wordt echter door de verhitte menigte als de man aangewezen die vrijgelaten zou moeten worden. En Jezus ‘moet gekruisigd worden,’ scandeert het gepeupel.

Als lezer van het evangelie vraag je je bij het lezen van deze pijnlijke passages af waarom mensen Jezus zo haatten dat ze hem lieten gaan … Een man die eerst op handen werd gedragen, die door mensen zonder morren werd gevolgd, wie zieken en bezetenen genas. Je gaat denken dat er mensen in het publiek stonden die opdracht hadden gekregen om de boel op te ruien, verdeeldheid te zaaien. Het is bijna onvoorstelbaar dat mensen zich zo afkeerden van Jezus. Al is al eerder in het evangelie duidelijk geworden dat niet iedereen fan was van Jezus, er waren ook mensen die zijn leer te radicaal vonden en massaal naar huis togen.
Terug naar het bekende …

Pontius Pilatus, de man die het oordeel van de menigte inwilligt, wast hierna zijn handen in ‘onschuld’. Jezus wordt afgevoerd. En gaat na een mensonterende mishandeling door Romeinse soldaten, met een kruisbalk over zijn schouders strompelend naar de Schedelplaats, ook bekend als Golgotha.

Op deze verlaten plek, buiten de stadsmuren wordt Jezus gekruisigd. Soldaten dobbelen aan de voet van het kruis om zijn mantel en geven het azijn met water te drinken. Twee misdadigers hangen naast hem. Een is zich bewust van het feit dat hij vergeving van God nodig heeft en toont berouw, de ander hoont Jezus openlijk.
Tegen de misdadiger die berouw heeft, zegt Jezus: “Heden bent u met mij in het Paradijs.” Wat een vergeving, wat een last die Jezus op dat moment van de schouders van deze ‘waardeloze’ misdadiger tilt. Hij geeft hem op dat moment zijn waardigheid terug, de man kan in vrede sterven.

De uren gaan voorbij en aan de voet van het kruis staat de moeder van Jezus, Maria en enkele andere volgelingen. Ze wachten, waarschijnlijk vertwijfeld, angstig en met diep verdriet.

Op het moment dat Jezus sterft is de hemel donker gekleurd en scheurt het voorhangsel in de Tempel naar het heilige der heilige – een ruimte waar alleen de hogepriester eens per jaar mocht komen -. Dit zou symboliseren dat de dood van Jezus, de weg vrijmaakt voor de mens om tot God te komen. Jezus is het volmaakte paaslam wat op het moment van zijn kruisiging alle smaad, dwaling, slechtheid, verdorvenheid op zich nam als offer voor iedereen.

Als een mens zegt in Jezus te geloven en zich afkeert van een leven wat nergens toe leidt, dan mag die mens aanspraak maken op dat offer wat Jezus bracht aan het kruis. Want dat offer maakt dat je vrij mag zijn van je belaste verleden en een nieuw leven bent begonnen.

Eigenlijk heeft Jezus met zijn kruisiging – die hij zelf ook voorzag – een prijs betaald voor velen.

Jezus wordt van het kruis gehaald door zijn naaste volgelingen en in een rotsgraf gelegd. Maria van Magdala, een ingewijde en trouwe volgeling zal als eerste ontdekken dat Jezus niet meer in het graf ligt, maar is opgestaan en leeft. Na deze verbluffende constatering laat Jezus zich nog een paar keer aan zijn volgelingen zien om hun te troosten en een opdracht te geven om over hem te vertellen aan wie dit maar wil horen. Zijn boodschap is er een van hoop en leven, niet van dood en einde.

De zon breekt al door, het is een nieuwe morgen.