Jezus Liefde

'Ik geef jullie een nieuw gebod dat jullie elkaar liefhebben'

Maand: november 2013

Traditional Gospel

Weer zo’n gospel icoon, Willie Banks. Gospel als deze lijkt zeldzaam te worden … doorleefd, puur, eerlijk kortom, echt.

//www.youtube.com/embed/zGKgPeb0nKg

Noah

Deze film komt in 2014 uit … De trailer is in ieder geval de moeite waard!

//www.youtube.com/embed/A2sGw3w8_HA

God

God is een heel groot woord. Voor veel mensen een ongrijpbaar begrip, voor anderen juist niet.

Wanneer je de Bijbel erop naslaat, dan zie je dat God zich op heel veel verschillende manieren manifesteert. Allereerst als scheppende kracht, Hij schiep hemel, aarde en de eerste mens, Adam. Je kunt erover twisten of dit waar is of niet, of symbolisch bedoeld dat staat hier even niet ter discussie. Als God spreekt, dan gebeurt er iets, er wordt iets in werking gezet wat onomkeerbaar is.

God schiep de mens met een doel, om de aarde te bewerken en gelukkig te zijn, in harmonie met de dieren. Als je kijkt naar het verhaal over Adam en Eva dan waren zij in het begin als kinderen in het paradijs. Ze mochten genieten van alles wat hen omringde, er waren geen belemmeringen. Dieren werden ook niet gegeten, maar vormden onderdeel van de schepping. Graan en fruit stonden wel op het menu. En God leek nooit ver weg maar altijd aanwezig. Als een behoedende kracht.

Als Eva zwicht voor de verleiding om een stukje van de vrucht te eten die de duivel haar voorhoudt en waar Adam ook niet vanaf kan blijven, dan verliezen ze hun onschuld en is de volmaakte communicatie met God, verstoord. Het paradijs is verloren. God zet ze uit het paradijs en twee engelen met vlammende zwaarden beletten vanaf dat moment iedere toegang …

Adam en Eva zijn niet meer onschuldig maar delen nu in de kennis van goed en kwaad, ze bedekken zich vanaf dat moment met kleding en moeten nu gaan zwoegen op het land om te kunnen overleven. Opeens staat er vlees op het menu en worden er met veel pijn, kinderen gebaard.

Het oorspronkelijke plan van God lijkt voorgoed verstoord maar door de hele Bijbel heen, zie je dat hij werkt aan het herstellen van die ‘paradijselijke’ toestand. Dit kan alleen als de mens hem dient en gehoorzaamt. Vrijwillig en in overgave. Als de mens er toch voor kiest z’n eigen weg te gaan dan leidt dit vaak tot disharmonie met zichzelf, God en de omgeving. De hele Bijbel is dan ook geen ‘sprookjesboek’ waar alleen perfecte mensen in voorkomen die alles volgens het boekje doen. Het is juist een boek over het leven, strijd, innerlijke conflict, van het pad raken en weer terugkeren bij God. In het eerste deel, het oude testament ook wel het eerste verbond genoemd, gaat het vooral over God en zijn wandel met het joodse volk. Die alle beloften die Hij heeft, in ontvangst mogen nemen.

Van God kun je je geen voorstelling maken al wordt dat wel vaak gedaan: als een man met een grote, grijze baard in de Hemel die alle touwtjes in handen heeft. In het boek Daniël 7:9-13 komt dit beeld overigens wel voor en dit lijkt symbool te staan voor de luister van God.
God wordt geassocieerd met het voornaamwoord “Hij” dan is het makkelijk om hem te gaan zien als menselijk of als mannelijk. Er zijn ook mensen die God als mannelijk en vrouwelijk zien, wat ook niet zo gek is want hij schiep man en vrouw. En wij zijn geschapen naar Zijn beeld.

Toch is God geen mens of menselijke geest. Hij is wel Geest en kan zich op allerlei manieren tonen. Als een wolkenkolom, in de wind, als een stem, in een brandende bramenstruik, door dromen en visioenen … Zijn engelenwacht en de heilige Geest – dit is de inspirerende goddelijke kracht – staan Hem bij om contact te maken met de mens en om de strijd met demonische of negatieve krachten te beslechten.

En toen kwam Jezus en die zegt: “Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.”
Hij zegt ook: “Ik en de Vader zijn een.” Hiermee gaf Jezus aan dat hij gelijk was aan God, een Zoon van God. Wat in het Jodendom totaal not done is: God is een. Maar Jezus tart ieder voorstellingsvermogen en gaat daaraan voorbij. Door zijn aanspraken laat hij zien dat wie naar hem luistert, eigenlijk naar God luistert. Dat hij, Jezus, de geïncarneerde wil van God is. Als dit zo is, dan komt God heel dichtbij. Dan is hij niet ver weg, ergens in de Hemel, abstract en onmetelijk groot.

Hij laat zich zien op een heel persoonlijke manier, door zijn Zoon. Hoe dicht kan je bij de mens komen? En waarom doet God, die Heilig is, deze moeite voor ons? De mens neigt naar het kwaad is egoïstisch, ongelovig en bekrompen.

Blijkbaar gelooft God in Zijn schepping en maakt hij zich zichtbaar door de schepping, dus ook door ons, de mensheid. Want de mens is ook in staat tot zelfoverstijging, liefde, dankbaarheid en zorg, wat uitdrukking geeft aan de wil van God.

Uiteindelijk lost Jezus de belofte in dat wie in Hem gelooft, verlost is van zijn oude, zelfgerichte leven en opnieuw een start mag maken met God en tot eeuwig leven.

Genezing

Waar Jezus ook kwam, hij genas mensen. Zo is er het verhaal van de bloed vloeiende vrouw die al twaalf jaar gebukt gaat onder haar kwaal. Ze heeft dokters bezocht wat niet hielp en haar geld is op, ze is moe en op het eind van haar krachten. Je kunt je voorstellen dat je in een tijd waarin de joodse wet door veel joden werd nageleefd, deze vrouw in een soort isolement moet hebben geleefd. Een vrouw die in haar maandelijkse periode zit, is volgens de joodse reinheidswetten tijdens die week onrein, net als alles waar ze op zit of ligt en ook wie haar aanraakt is onrein …

Deze vrouw vloeide al twaalf jaar! Ze was daardoor mogelijk in een situatie gekomen waarin ze al lange tijd niet meer voor 100 procent meedraaide in de gemeenschap. Misschien had ze wel een gezin en kon ze door haar aandoening niet meer goed zorgen. Mogelijk voelde ze zich vies, afgewezen en eenzaam want je gaat niet aan iedereen vertellen dat je al twaalf jaar bloed verliest.

En dan is Jezus daar … hij loopt tussen de menigte die zich aan hem opdringt. Zijn naam is inmiddels door het Judese land gegaan en iedereen wil hem leren kennen, HIj kan genezen …
De vrouw weet zich door de mensenmenigte heen te wringen en raakt heel even zijn bovenkleed aan in de hoop te genezen … het bloeden stopt.

Jezus voelt dat er kracht uit hem vloeit en draait zich om, hij vraagt wie hem aanraakte. Zijn leerlingen zeggen dat de menigte zich aan het opdrong, hoe kon hij nu vragen wie hem aanraakt?

De vrouw komt trillend naar voren en verteld wat ze heeft gedaan. Jezus zegt haar dat haar geloof haar heeft genezen dat ze bevrijd is van haar kwaal, ze kan in vrede verdergaan. Het feit dat Jezus zich bewust werd van deze vrouw die beschermd door de mensenmenigte, haar kans schoon zag om hem aan te raken, is bijzonder. Hij komt hierdoor dichtbij en wordt persoonlijk. hij ‘zag’ haar. De vrouw kon eindelijk weer verder met haar leven, voor het oog van andere mensen heeft haar genezer erkend dat ze er mag zijn, ze kan zich weer tonen.

Jezus genas lammen en blinden, dreef demonen uit. Liet doden opstaan, zoals het bekende verhaal van Lazarus, zijn vriend die na vier dagen opstaat uit het graf. Hij genas niet alleen maar gaf deze gave door aan zijn discipelen. Ze mochten de handen opleggen, demonen uitdrijven. Jezus zegt zelfs dat zijn discipelen op schorpioenen of slangen kunnen trappen, het zal hen niet deren. De enige voorwaarde die eraan voorafgaat is: Geloof. Menig keer lees je dat Jezus zegt tegen iemand die hij geneest: “Ga heen, je geloof heeft je genezen.” Hij zegt niet: “Ga heen, ik heb je genezen.” Blijkbaar kon Jezus alleen door het geloof van degene die hij genas, zijn werk doen.

Op andere plekken is het geloof van een bijstaander heel belangrijk. Zoals een vader die gelooft dat zijn zoon kan worden genezen door Jezus omdat deze jongen ‘maanziek’ is en zichzelf daardoor verwond. Het geloof van de vader maakt dat zijn zoon genezen kan.

Dit soort situaties maakt duidelijk dat God soeverein is, hij kan genezen en toch is de mens in dit proces minstens zo belangrijk: hij moet bereid zijn te vertrouwen en zich over te geven, dan kan God het werk doen.
Dit geeft ook weer dat God geen dwingende God is die mensen dwingt om hem te volgen. Juist de keuzevrijheid die de mens heeft om te kiezen voor een weg met of zonder God maakt dat deze keuze alleen maar gemaakt kan worden als die recht uit het hart komt, echt is.
Toch is de Allerhoogste voor het volbrengen van zijn plannen niet afhankelijk van de mens, al is de mens hier altijd onlosmakelijk onderdeel van.

Leviticus 15:19-30 Psalm 33:11 Marcus 5:24-34 Matteus 17:14-18 Lucas 10:19, Johannes 11

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén