Als je kijkt naar het Oude Testament (ook wel het Eerste Testament genoemd) dan zie je dat God zijn volk (de joden) oproept om bepaalde reinheid- en spijswetten, na te leven.

Een bekend voorbeeld is het varken wat niet gegeten mag worden omdat:
En zwijnen hebben wel gespleten hoeven, maar herkauwen niet; daarom moet u ook die als onrein beschouwen.” (uit NT Deuteronomium 14:8)

God had een bedoeling met deze wetten en orthodoxe maar ook gematigde joden houden zich nog steeds aan deze wetten.

Christenen hoeven zich niet aan de spijswetten de houden. Een christen mag in principe alles eten en drinken en valt niet onder “de wet”, zoals de joden dit doen. Een christen is vrijgekocht door Jezus aan het kruis en hoeft zich niet aan allerlei wetten te houden die te maken hebben met rituele reinheid of spijzen.
[De eerste christenen waren joden en die hielden zich wel aan de wet omdat dit bij hun cultuur hoorde. Jezus, zelf een jood hield zich waarschijnlijk ook gewoon aan de wet. Mensen uit andere culturen die tot bekering kwamen en christen werden, hoefden echter niet de joodse wet te gaan naleven. Hierover kun je lezen in het boek Handelingen in het NT. ]

Toch zijn er christenen die de spijswetten willen naleven en bijvoorbeeld het varken niet eten. Het varken wordt vaak verketterd als onrein of ‘vies’ vanwege de spijswetten terwijl er verder niets over de eigenschappen of kwaliteiten van het dier gezegd wordt in dit bijbelgedeelte … [Varkens zijn vrij intelligent en genetisch lijken wij op het varken, vandaar dat sommige mensen nog leven dankzij de ge├»mplanteerde hartkleppen van een varken. Maar dit terzijde.]

Jezus wijst ons er juist op dat onreinheid iets is van het hart en dat dit veel zwaarder weegt dan het feit of je wel of niet varkensvlees wilt eten – of misschien helemaal geen vlees of vis wilt eten – of je al dan niet de sabbat houdt enz..

Juist het dwangmatig naleven van de wet kan ertoe leiden dat je denkt op de juiste weg te zijn, terwijl je hart verstard is. Je rechtvaardigt jezelf omdat je denkt het door ‘de wet’ te redden. Jezus veroordeelde deze houding bij de schriftgeleerden van zijn tijd. Deze mensen wisten precies welke wetten God aan zijn volk, de joden, had gegeven en vaak werden de wetten nog meer uitgebreid met andere wetjes waardoor de gewone man gebukt ging onder een zware last en hierdoor het zicht verloor op de levende God en verstrikt raakte in een ‘dorre’ wet.

Uiteindelijk gaat het volgens Jezus om je innerlijke motivatie waarom doe je iets en waarom juist niet, wat leeft er diep in je hart? Daarop zal je beoordeeld worden ….
Jezus zegt hierover in het Nieuwe Testament in het boek Marcus 7:18-23:

“Ziet u niet in dat alles wat van buitenaf de mens binnengaat, hem niet kan verontreinigen? Want het komt niet in zijn hart maar in zijn buik en gaat in de afzondering (= de WC) naar buiten. Zo wordt al het voedsel gereinigd.

En Hij zei: Wat de mens uitkomt, dat verontreinigt de mens.

Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens.”