1
2
3 4
5
Mijn overdenkingen
sluit ik altijd af met bijbelteksten die aansluiten op de
overdenking.
Overdenking 19 maart 2006
door Chandra
Geloof
'Nou wat ik wil
zeggen, is dat Jezus voor mij heel veel heeft betekend, en nog.'
Haar vriendin keek haar aan en schudde haar hoofd. 'Ik heb
gewoon problemen waar ik niet uitkom en ik geloof niet dat de
kerk daar iets aan kan veranderen.'
'Ja, de kerk verandert daar ook niets aan, Jezus kan je opnieuw
kracht geven om anders naar het leven te gaan kijken. De kerk is
slechts een schakeltje in het geheel.'
Ze bestelden nog een koffie en aten hun broodjes. Een stelletje
liep voorbij en de zon verscheen vanachter de wolken.
Ze dacht na bij
zichzelf. Hoe lang praatte ze nu al met mensen over Jezus en
hoeveel mensen waren er daadwerkelijk tot geloof gekomen? Zo ver
ze zich kon herinneren, niemand. Niet in haar directe omgeving.
Op een iemand na dan. En dat was een heel bijzonder moment. Maar
diegene stierf kort daarop dus konden ze niets meer met elkaar
uitwisselen. Mensen met wie ze sprak waren of van hun geloof
afgestapt of hadden niets met Jezus. In de kerk spraken mensen
over het geloof als Het antwoord, als de verlossing.
Zij voelde zich vaak buiten zichzelf uitgetild als ze dacht aan
Jezus of bad. Maar buiten de veilige muren van de kerk vond ze
weinig weerklank. Mensen geloofden in zichzelf, geld, hun gezin
of werk. Maar God? Dan klonk niet zelden het cliché: 'Waarom
laat die dan zoveel ellende toe, als die bestaat?'
Ze nam een
besluit, ze zou alleen nog getuigen op een spontane manier. Ze
hoefde niemand te overtuigen. Zij was ook nooit
overtuigd, Jezus was in haar leven gekomen toen ze dat nodig
had. Hij had zich niet aan haar opgedrongen; niet doormiddel van
mensen en ook niet door een vorm van geloof. Hij was daar. Ze
nam nog een hap van haar broodje en voelde zich opeens vrij.
Haar last voelde weer licht.
Geloven of
niet. Dat is de vraag. Waarom gelooft iemand. En gelooft niet
iedereen, maar niet in hetzelfde? Geloof is er om ons te
bevrijden niet om ons te frustreren.
Bijbelteksten:
Matteus 8:13, 17:20, Marcus 9:23, Johannes 12:36.
Overdenking 12 maart 2006
door Chandra
In eigen hand
Hij werd bezweet
wakker en keek naar buiten door de half gesloten gordijnen. Weer
een dag, een dag om door te komen, een dag om 'te verslaan'. Hij
ervoer het leven als een strijd waar nooit een einde aan kwam.
Het leek of het leven een grap met 'm uithaalde; jarenlang werd
hij geplaagd door tegenslagen. Zijn kinderjaren waren zo
onbezorgd; zijn ouders leken zo gelukkig en waren er voor hem.
Nooit ontbrak het hem aan liefde, vriendjes of speelgoed. Er was
altijd genoeg van alles. Hij was bevoorrecht. En het gekke was
dat hij dat toen al wist. Hij was een dankbaar en gelukkig kind.
Hij slikte bij de herinnering.
Tijdens zijn
middelbare schooltijd ging het mis. Zijn vader ging failliet en
zijn ouders scheidden een paar jaar later. Ma hertrouwde en pa
ging aan de fles en verdween uit zijn leven. Zijn diploma haalde
hij, ondanks alle spanningen. Op school kon hij wel zijn
frustraties uitten; door zich in te zetten voor sport en hij was
lid van diverse clubs. Schaken ging hem goed af. Hij won de
nodige prijzen. Zijn eerste vriendin verliet hem voor zijn beste
vriend en zijn hond stierf in zijn armen. Hij kon alleen nog
maar de situaties zien die hem dwarsboomden en ongelukkig
maakten.
Nu wilde hij maar
een ding: weg van deze aarde. Hij had al weken nagedacht over
hoe en wanneer en vandaag zou hij zijn plan uitvoeren.
Werktuigelijk kleedde hij zich aan; met zorg en geduld. De
brieven aan zijn moeder en enkele vrienden lagen al op tafel.
Hij wilde ze niet kwetsen. Hij keek uit het raam naar het
station waar hij zo naartoe zou lopen. Hij trachtte zich in te
denken hoe het zou zijn; een sprong in het oneindige, dan niets
meer ...
Opeens ging de
telefoon. Hij wilde niet opnemen. Niet nu. De toon rinkelde
stoïcijns door. De hoorn leek te nijdig trillen. Dit telefoontje
kon hij niet voorbij laten gaan, dat voelde hij instinctief. Hij
nam met tegenzin op: 'Hallo'?' steeg het op uit het diepste van
zijn keel. Het bleef even stil. 'Ik ben het, je pa, ik heb het
verknald maar wil je zo graag zien.' Hij voelde zijn ogen
vollopen. 'Pa, kom alsjeblieft hier naartoe.'
Het leven kan
loodzwaar en verdrietig zijn. Een zelfgekozen einde lijkt dan
een oplossing te bieden. Toch is het belangrijk om te blijven
zien dat er een andere, positieve kant aan het leven is. Al
lijkt die soms heel ver weg. Heeft u/jij zelfmoordplannen, loop
er dan niet mee rond. Praat erover met iemand die je vertrouwt of zoek
desnoods professionele of pastorale hulp.
Bijbelteksten: Jesaja 26:3-4, Jesaja 41:13, Psalm 34:19,
Matteus 11:28-30.
Overdenking 5 maart 2006
door Chandra
Sneeuw
De sneeuw kwam
gestaag naar beneden en legde in korte tijd een witte deken over
de aarde. Niets was meer te zien van de straten, auto's, pleinen
en parken. Alles was bedekt. De wereld leek een geheel en toch
uniek. De vlokjes dwarrelden langs de ramen van mensen die net
wakker werden. Het leek een plaatje uit een sprookjesboek.
Hij zat aan tafel
en keek naar buiten; die sneeuw vond hij maar niks. Het was nat
en vervelend en daarbij ook nog koud. Straks moest ie eruit en
hoe zou hij dan naar zijn oude moeder moeten fietsen? Hij besloot het weerbericht te volgen op teevee.
Opeens vloog er
met een dof klapje een sneeuwbal tegen het raam. En nog een,
gegiechel van kinderen steeg op. Hij
sprong op van zijn stoel om die kinderen even te laten weten dat
hij hiervan niet gediend was, tot zijn verbijstering plofte er
weer een bal tegen het raam. Hij voelde zijn wangen rood worden
en
stoof naar de voordeur. Hij trok die met een ruk open. 'Zijn
jullie helemaal gek?', kwam het al uit zijn mond. Voor de deur
stonden zijn buurmeisje en jongen met rode wangen en
grote verschrikte ogen. Hun mutsjes onder de sneeuw en wantjes
met klontjes ijs. Ze stonden als versteend.
Hij voelde zijn
woede zakken en keek de kinderen vragend aan. 'Eh, we wilden
alleen maar plezier maken en dachten dat u dat niet erg zou
vinden, misschien ook wel wilde spelen met de sneeuw.' Hij zweeg
een moment en liep langzaam naar binnen om zijn jas te pakken.
Even later stond hij buiten, sneeuwballen te gooien.
Mensen lijken
naarmate ze volwassener worden, steeds meer 'in hun hoofd' te
gaan zitten. Langzaam verdwijnt de jeugd, de spontaniteit.
Terwijl dat juist het leukste is; fris en onbevangen in het
leven staan. Voelen dat je leeft. Dat is niet gebonden aan
leeftijd. We mogen genieten van het goede dat het leven biedt.
Bijbelteksten:
Matteus 11:25, Matteus 18:2-4 Lucas 10:21, Marcus 10:14-15.
Overdenking zondag 26
februari 2006 door Chandra
Niet van brood alleen
Ze zat aan tafel
en keek voor zich uit; een buurvrouw reed voorbij en zwaaide.
Meewarig stak ze haar arm op om terug te groeten. Voor haar
lagen rekeningen. Ze leefden niet rijk maar zeker niet arm. Ze
voldeden aan hun verplichtingen. Maar het laatste jaar was de
klad gekomen in hun financiën. Veel extra's: etentjes, vakanties
en duurdere kleding konden ze zich niet meer permitteren. Toch
waren ze niet ongelukkig. Ze hielden van de natuur, sport en
aten er zeker niet minder om. Hun huis was smaakvol ingericht.
Niemand zou vermoeden dat ze niet zo rijk waren. Ze had zin om
de stad in te gaan en wat euro's stuk te gooien in een leuke
boetiek. Ze ging koffie zetten.
Hij reed naar huis
en zag zijn droomauto voor zich rijden: een Crossfire. Wat een
auto. Hij begon te rekenen. Ze waren weer aan het opkrabbelen.
Als hij wat uren extra draaide zou hij over een jaar die auto
die voor hem reed kunnen kopen, weliswaar deels op afbetaling,
maar wie deed dat niet tegenwoordig ... Hij dacht aan zijn
dochter die nieuwe schoenen nodig had en dan van dat merk wat
meiden op haar leeftijd dragen. Nog een paar jaar en ze zou naar
de middelbare school gaan; nog meer rekeningen. Die auto kon hij
wel op zijn buik schrijven.
Op haar fiets
racete ze naar huis; ze wilde absoluut een eigen mobieltje
hebben; die roze bling-bling met strass-steentjes op de toetsen.
Als ze haar pa lief aankeek, dan zou die wel zwichten. Wat zou
dat tof zijn, als ze met dat mobieltje naar haar vriendinnen kon
bellen! Op school zou iedereen haar benijden. Ook wilde ze die
Tark broek hebben, dat maakte het helemaal af.
's Avonds zaten ze
aan tafel. Alledrie gezellig aan de maaltijd. Ze genoten van dit
moment want veel tijd samen hadden ze niet. Even waren ze hun
wensen en zorgen vergeten.
In deze tijd
waar zoveel aandacht is voor materiële zaken, vergeten we wel
eens dat geluk niet alleen bepaald wordt door wat we wensen,
maar vooral door wat we voelen en beleven; warmte, aandacht,
liefde en vriendschap.
Bijbelteksten:
Mattheus 6:25-31, Lucas 12:22-29, Johannes 6:49-58, Mattheus 19:23-24
Overdenking zondag 19
februari 2006 door Chandra
De dood
Hij lag in bed en keek naar buiten; opeens zag hij een vogel voorbij vliegen, hij zweefde op de wind en leek geen enkele weerstand te
bieden. Hij werd gedragen.
Het spel van de wind en de vogel
leidden hem even af van zijn eigen zorgen. Hij had pijn, was
benauwd en was soms de kluts kwijt. Waarom lag hij daar? Wat was
er fout gegaan? Hij had toch altijd goed geleefd? Zijn kinderen
had hij naar al zijn kunnen opgevoed, zijn vrouw was hij trouw
geweest en had hij goed verzorgd. Nu voelde hij zich alleen. Hij
wilde vrij zijn, net als de vogel.
De kamer waarin
hij lag was schoon, bijna steriel. De verpleegsters kordaat en
gehaast. Alles ging efficiënt en leek aan hem voorbij te
gaan. Hij putte nog enige kracht uit het bezoek van zijn
kinderen en kleinkinderen. Maar liever nog sliep hij een dromeloze slaap. Toen kwam de vraag van zijn kleindochter:
'Opa,
denk je wel eens aan de dood?' Hij wilde dit niet, negeerde
haar. Maar kon er niet omheen: hij was oud en moest onder ogen
zien dat hij niet veel tijd meer had. Hij keek naar zijn
kleindochter: 'Ik zal erover nadenken.' Hij sloot zijn ogen en
voelde haar koele hand in de zijne.
De dood is de
laatste reis die een mens maakt. Men praat er liever niet over,
het is te confronterend. Maar de dood maakt geen onderscheid en
zal vroeg of laat komen. Denk jij wel eens aan de dood?
Bijbelteksten:
Lucas 9:27, Lucas 12:4, Johannes 8:52 1Thessalonicenzen 4:14
Psalm 23, 1 Corintiërs 15:54-57
Overdenking zondag 12 februari
2006 door Chandra
Waan van de dag
Ze zaten in de
trein en lazen zwijgend hun krantje. De koppen schreeuwden over
moord en brand. Er was een filmster die ging trouwen en een
andere die ging scheiden. Ook een popster die weer een prijs
binnensleepte en een sporter die op doping was betrapt. En
daarbij: de werkloosheidscijfers waren nog amper gedaald. Wat de
deur dichtdeed waren de haatleuzen die op spandoeken te lezen
waren, die foto had de krant op de voorpagina gezet.
Ze legden hun
kranten weg en namen in gedachte een slok van de take-away
cappuccino. Dat voelde lekker warm aan. Het landschap trok
voorbij; industrieterreinen afgewisseld met stukjes landschap en
een enkele koe. Ieder was in gedachte verzonken over de komende
werkdag.
'Zeg, wat ga jij
eigenlijk dit weekend doen?' doorbrak hij de stilte. 'Er speelt
een goeie thriller in de bioscoop en ik heb wel zin om te gaan.
Ga je mee? Met de vrouwen natuurlijk en dan pakken we daarna
gezellig een borrel in de stad.' Hij keek op van de foto die op
de voorpagina van de krant prijkte, die bleef zijn aandacht
trekken.
'Ja, lijkt me top, we wilden toch al uitgaan dit weekend.'
Ze stapten uit bij het volgende station. Een krant waaide
over het perron, hij stapte er even op: het was de krant van
gisteren, oud nieuws dus.
De media lijkt
ons leven op allerlei manieren binnen te dringen, via de krant,
televisie, internet, de radio enz.. Het nieuws is vluchtig en
vaak oppervlakkig. Een korte sensatie neemt regelmatig de plek
in van goed overdachte en zinnige informatie.
Bijbelteksten: 1
Corintiërs 1:20, 1 Corintiërs 2:5, Johannes 7:24, Johannes 14:17
Overdenking 5 februari 2006
door Chandra
Genezen
Hij lag op bed en
zijn ogen dwaalden af naar een foto van hemzelf en zijn vrouw,
lang geleden. Hij voelde de pijn in zijn benen die doortrok naar
zijn rug en bezit leek te nemen van zijn hele lichaam. Ook zijn
geest ervoer pijn en benauwdheid. Hij wilde het liefst hard
schreeuwen om zijn onmacht kwijt te raken en daarmee misschien
zijn lijden. Hij dommelde weg.
'Hoi Opa!' Zijn
kleindochter stond naast het bed, ze rook naar frisse wind en
had een kleur op haar wangen. Ze keek hem verwachtingsvol aan,
hoopte op verbetering.
'Dag kind, voel me nog steeds beroerd, ze mogen me komen halen
...'
'Oh opa, zeg dat toch niet waarom ben je zo negatief?' Ze keek
hem vragend aan, onmacht lag in haar ogen.
'Ik wil naar je oma, ik heb hier niets meer te zoeken.' Een snik
brak zijn stem.
'Opa mag ik je de handen opleggen? En Jezus vragen om
verlichting van je pijn?' Hij keek haar aan. God of de kerk
hadden hem nooit zo aangesproken. Hij was een socialist. Iemand
die geloofde dat de mens voor zichzelf en een betere wereld moet
vechten. En die wereld was na 89 jaar nog steeds niet veel
veranderd. Ook niet door God. Op onverklaarbare wijze was zijn
kleinkind tot geloof gekomen en sprak ze over Jezus. Soms vroeg
hij om gebed maar echt geloven kon hij niet. Maar nu had hij
niet veel meer te verliezen.
'Doe het maar kind, als jij denkt dat het helpt, dan wil ik het
proberen.' Ze legde haar handen op zijn lichaam en bad hardop,
God vragend om genezing. Hij sloot zijn ogen en gaf zich maar
over aan het moment. Een warmte doortrok zijn lichaam en hij
voelde een diepe rust. Zijn droefheid was verdwenen.
Zijn kleindochter
keek hem teder aan. Hij glimlachte in verwondering.
Genezing of
verlichting van pijn kan door God gegeven worden via medici maar
ook omdat we zelf in gebed gaan of elkaar de handen opleggen in
volle overgave. Geloof is daarbij heel belangrijk. God bepaalt
wie zal genezen.
Bijbelteksten:
Marcus 1:34, Lucas 4:40, Lucas 14:4, Jacobus 5:16
Top